Belastingplan 2027 voor ondernemers: wat Prinsjesdag je oplevert

Geschreven door Stefan Simic

Het belangrijkste nieuws van Prinsjesdag 2026 is niet wat er besloten is. Het is wat er opnieuw niet besloten is.

Box 3 schuift weer door. En dat raakt jouw portemonnee waarschijnlijk meer dan alle andere maatregelen bij elkaar.

Laten we het nuchter bekijken.

Box 3 gaat opnieuw op de lange baan

De wet die vermogen zou gaan belasten op basis van je werkelijke rendement is al aangenomen door de Tweede Kamer en ligt bij de Eerste Kamer. Daar blijft hij voorlopig liggen.

D66, VVD en CDA discussieerden er wekenlang over en kwamen er niet uit. Op 11 september is het besluit een half jaar doorgeschoven naar de Voorjaarsnota van volgend jaar.

De kern van de ruzie: D66 wil dat je elk jaar afrekent over je winst, ook als die nog vastzit in aandelen. VVD en CDA willen dat je pas afrekent bij verkoop. Die tweede variant kan de Belastingdienst technisch pas rond 2032 aan en kost de schatkist naar berekening van het ministerie zo'n 22 miljard euro.

Voor jou betekent dat het volgende. De invoeringsdatum van 2028 gaat waarschijnlijk niet gehaald worden. Tot die tijd blijft het huidige stelsel staan: belasting over een verondersteld rendement, niet over wat je werkelijk verdient.

Wat het box 3 uitstel je oplevert

Het huidige stelsel rekent met een verondersteld rendement van 6,00 procent over beleggingen, belast tegen 36 procent.

Stel dat je portefeuille in een goed jaar 9 procent doet.

  • De Belastingdienst rekent met 6.000 euro rendement per 100.000 euro vermogen

  • Je behaalt in werkelijkheid 9.000 euro

  • Er blijft dus 3.000 euro buiten de heffing

  • Bij 36 procent belasting scheelt dat 1.080 euro per 100.000 euro per jaar

Heb je 400.000 euro belegd, dan praat je over ongeveer 4.320 euro per jaar. Elk jaar dat de invoering opschuift, blijft dat voordeel gewoon staan.

Wat mij betreft is dit de reden om het nieuws rustig te lezen in plaats van bezorgd. Voor wie fatsoenlijk rendement maakt, is uitstel geen slecht bericht.

En als je juist weinig rendement maakt?

Dan werkt het andersom. Doet je portefeuille 2 procent, dan rekent de Belastingdienst nog steeds met 6 procent.

Daarvoor bestaat de tegenbewijsregeling. Je mag je werkelijke rendement aantonen en over dat lagere bedrag afrekenen. Die regeling blijft bestaan zolang het oude stelsel staat.

Veel mensen met veel spaargeld en weinig beleggingen laten dit liggen. Zonde, want het is precies het vangnet waar zij recht op hebben.

Hoe het nieuwe stelsel eruit zou gaan zien, staat in mijn blog over box 3 vanaf 2028. Die datum is nu dus onzeker geworden, de systematiek die er ligt niet. En omdat het oude stelsel langer blijft staan, worden de alternatieven voor box 3 er alleen maar relevanter op.

Overdrachtsbelasting naar 7 procent voor beleggingswoningen

Koop je een woning waar je zelf niet gaat wonen, bijvoorbeeld voor de verhuur of als vakantiewoning, dan betaal je vanaf 1 januari 2027 nog 7 procent overdrachtsbelasting in plaats van 8 procent.

Dat is de tweede verlaging op rij. Tot en met 2025 was het tarief 10,4 procent, in 2026 werd het 8 procent en volgend jaar dus 7 procent.

Op een pand van 400.000 euro scheelt dat 4.000 euro ten opzichte van dit jaar. Ten opzichte van 2025 is het verschil 13.600 euro.

Voor de woning waarin je zelf gaat wonen verandert er niets. Dat tarief blijft 2 procent.

Overweeg je zo'n aankoop en zit je nu in de oriënterende fase? Dan is een paar maanden wachten het overwegen waard. Zet dat wel af tegen je totale plaatje, want een lagere overdrachtsbelasting is zelden de doorslaggevende reden om te kopen.

De verhoging die je niet ziet aankomen

Hier wordt het interessant, want dit haalt de koppen nauwelijks.

In het coalitieakkoord staat de vrijheidsbijdrage. Die is uitgewerkt door de schijfgrenzen in de inkomstenbelasting in 2027 en 2028 maar beperkt mee te laten stijgen met de inflatie.

Normaal schuiven die grenzen jaarlijks volledig mee. Gebeurt dat niet, dan kom je bij hetzelfde koopkrachtniveau eerder in een hogere schijf terecht. Je gaat meer belasting betalen zonder dat er één tarief omhoog is gegaan.

Twee derde van de vrijheidsbijdrage wordt op deze manier opgehaald. De rest komt via een hogere aof-premie bij bedrijven.

Voor ondernemers met een groeiende winst of een stijgend dga-salaris is dit het soort maatregel dat pas opvalt als de aanslag op de mat ligt.

Pensioen: de aftoppingsgrens gaat zes jaar op slot

De aftoppingsgrens voor aanvullend pensioen staat nu op 137.800 euro. Boven dat bedrag kun je geen fiscaal gefaciliteerd pensioen meer opbouwen.

Die grens wordt de komende zes jaar bevroren in plaats van jaarlijks mee te groeien met de lonen.

Bij stijgende lonen valt daardoor elk jaar een groter deel van je inkomen buiten de fiscale opbouw. Naar verwachting werkt dit ook door in de inkomensgrens voor lijfrentepremieaftrek, en dus in je jaarruimte.

Bouw je als zzp'er pensioen op via een lijfrente, of keer je jezelf als dga een salaris rond dat bedrag uit? Dan is dit het moment om je opbouw tegen het licht te houden. In mijn blog over pensioen regelen als zzp'er lees je hoe je die ruimte berekent.

Belastingplan 2027 voor ondernemers: wat er verder verandert

  • De zelfstandigenaftrek daalt van 1.200 euro naar 900 euro en blijft daarna tot en met 2036 op dat bedrag staan

  • De startersaftrek wordt in 2027 verlaagd en in 2028 helemaal afgeschaft

  • De onbelaste reiskostenvergoeding gaat van 0,23 naar 0,25 euro per kilometer, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026

  • De energie-investeringsaftrek stijgt van 40 naar 45,5 procent

  • De vrije ruimte in de werkkostenregeling gaat over de eerste 400.000 euro loonsom van 2 naar 2,16 procent

Die eerste twee punten passen in een lijn die al sinds 2019 loopt. Hoe hard die afbouw inmiddels aankomt, heb ik doorgerekend in mijn blog over de zelfstandigenaftrek.

Niets hiervan is al wet

Een kanttekening die dit jaar zwaarder weegt dan anders.

Kabinet-Jetten heeft 66 van de 150 zetels in de Tweede Kamer en 22 van de 75 in de Eerste Kamer. Tien zetels tekort voor een meerderheid. Elk onderdeel van dit pakket heeft dus steun van de oppositie nodig.

De Tweede Kamer stemt doorgaans half november, de Eerste Kamer rond half december. Tot die tijd kan er van alles sneuvelen of veranderen.

Dat is geen reden voor onrust. Wel een reden om grote, onomkeerbare beslissingen nog even te laten liggen. Een beleggingspand overdragen, een dividenduitkering plannen of je salarisverdeling omgooien: dat kan prima wachten tot het pakket half december definitief is.

Wat ik je aanraad

Doe dit jaar de dingen die los staan van de politiek. Je jaarruimte benutten, je schenkingsvrijstelling gebruiken, je spaargeld aan het werk zetten. Dat zijn keuzes die nu al vaststaan.

En laat de rest even liggen tot december.

Wil je weten wat dit pakket concreet voor jouw situatie betekent? Reken het na met mijn gratis rekentools of plan een vrijblijvende kennismaking.

Dan leggen we je vermogen, je BV en je plannen naast elkaar en kijken we wat er nu al kan en wat beter kan wachten.

Dit artikel is bedoeld als algemene informatie en niet als persoonlijk fiscaal advies. De genoemde maatregelen zijn voorstellen uit het Belastingplan 2027 en moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer. Bedragen en percentages kunnen daardoor nog wijzigen. Bronnen: Rijksoverheid over het Belastingplan en de Belastingplanstukken.