Pensioen DGA: lijfrente, BV of privé? Zo bouw je het op in 2026

Geschreven door Stefan Simic

Pensioen DGA regel je zelf. Je bent directeur van je eigen BV, je hebt een salaris, een boekhouder en een bedrijf dat draait.

Wat je niet hebt, is een pensioenfonds. Geen werkgever die iets afdraagt. En in je eigen BV pensioen opbouwen kan al sinds 2017 niet meer.

Dus wie regelt het? Jij. Gelukkig zijn er drie routes, en ze leveren niet hetzelfde op.

Pensioen DGA: wat er sinds 2017 is veranderd

Vroeger kon een DGA pensioen opbouwen in zijn eigen BV, het zogenoemde pensioen in eigen beheer. Dat is per 1 januari 2017 afgeschaft. Wie nog een oude pensioenverplichting in de BV heeft staan, heeft daar specifieke keuzes in. Daar gaat deze blog niet over, maar het is wel de moeite waard om te laten nakijken.

Voor nieuwe opbouw blijven drie routes over: een lijfrente via je jaarruimte, vermogen laten staan in je BV of dividend nemen en privé beleggen.

Route 1: lijfrente voor je DGA pensioen via je jaarruimte

Pensioen opbouwen als DGA kan fiscaal voordelig met een lijfrente. Een lijfrente voor een DGA werkt hetzelfde als voor een zzp'er, met een andere grondslag: je jaarruimte als DGA hangt af van je salaris. De inleg trek je af in box 1, het opgebouwde bedrag valt niet in box 3 en je betaalt pas belasting bij uitkering.

Hoeveel je mag inleggen, hangt af van je salaris uit de BV. Zonder pensioenopbouw elders is de formule eenvoudig: 30% van je salaris min de AOW-franchise van 19.172 euro. De Belastingdienst noemt voor 2026 een maximum van 35.589 euro, dat je bereikt bij een salaris van 137.800 euro.

Bij het minimale DGA-salaris van 58.000 euro is dat:

30% x (58.000 min 19.172) = 11.648 euro per jaar

Zit je salaris in de tweede schijf van 37,56%, dan krijg je over dat bedrag 4.375 euro terug. De inleg kost je netto dus 7.273 euro.

Het geld staat vast tot je pensioen. Haal je het eerder op, dan betaal je belasting en revisierente. Het is dus geen plek voor geld dat je binnen een paar jaar nodig hebt.

Wil je weten hoe je jaarruimte en gemiste jaren (reserveringsruimte) precies werken? Dat staat in mijn blog over jaarruimte berekenen. De officiële uitleg vind je bij de Belastingdienst over lijfrentepremies aftrekken.

Route 2: vermogen laten staan in je BV

Je kunt de winst in de BV laten en daar beleggen. Dat is flexibel: je kiest zelf wanneer je iets uitkeert, en over vermogen in de BV betaal je geen box 3.

Daar staat tegenover dat je geen aftrek krijgt. Je betaalt eerst 19% vennootschapsbelasting over de winst, en bij uitkering later nog 24,5% box 2. En over het rendement in de BV betaal je ook belasting. Hoe dat werkt, lees je in mijn blog over zakelijk beleggen met je BV.

Deze route past bij je als je meer vermogen wilt opbouwen dan de jaarruimte toelaat, of als je geld niet tot je pensioen wilt vastzetten.

Route 3: dividend nemen en privé beleggen

De eenvoudigste route, en meestal de duurste. Je keert dividend uit, betaalt 24,5% box 2 en belegt het geld privé. Daarna betaal je ieder jaar box 3 over je vermogen, en met de plannen voor box 3 vanaf 2028 kan dat flink gaan schommelen.

Handig voor geld waar je binnen afzienbare tijd bij wilt, zoals een buffer of een verbouwing. Voor pensioen is het zelden de slimste eerste keuze.

DGA pensioen 2026: wat 19.047 euro winst in je BV oplevert

Stel dat je 11.648 euro netto wilt overhouden om weg te zetten. Daarvoor heb je 15.428 euro dividend nodig, en dus 19.047 euro winst voor vennootschapsbelasting. Dit is wat elke route daarvan overlaat:

  • Dividend en privé beleggen: 11.648 euro (61%), met jaarlijks box 3 erover

  • Lijfrente (inleg 11.648 euro plus 4.375 euro teruggave): 16.023 euro (84%), voor belasting bij uitkering

  • Lijfrente na belasting bij uitkering (stel 17,8%): 13.950 euro (73%)

  • Laten staan in de BV, later uitkeren: 11.648 euro (61%), flexibel en zonder aftrek

Het verschil zit in de aftrek. Bij de lijfrente krijg je over de inleg 4.375 euro terug, en je betaalt pas belasting bij uitkering. Dat is vaak lager, omdat je dan in een lagere schijf valt. Voor iemand van AOW-leeftijd is de eerste schijf in 2026 17,80% tot 41.123 euro.

Let op: dit voorbeeld gaat uit van een gelijk rendement in alle routes, laat heffingskortingen buiten beschouwing en rekent met het minimale DGA-salaris. Jouw uitkomst kan afwijken.

Pensioen DGA: wat ik in de praktijk zie

Het vaakst zie ik DGA's die jarenlang geen cent in een lijfrente stoppen omdat "het geld in de BV ook werkt". Dat klopt, maar je laat dan de aftrek liggen. Bij een salaris van 58.000 euro is dat al snel zo'n 4.400 euro per jaar.

Andersom zie ik ondernemers die alles in de lijfrente stoppen en later merken dat ze geld missen voor een investering of een tegenvaller. Een lijfrente zit vast, dus houd je een buffer aan.

En een derde: DGA's die hun salaris naar het minimum brengen zonder te beseffen dat ze daarmee ook hun jaarruimte verlagen. Bij 58.000 euro is die 11.648 euro, bij 80.000 euro al 18.248 euro.

Tot slot

De beste route is meestal een combinatie. Eerst je jaarruimte benutten voor het belastingvoordeel, en wat je daarbovenop wilt opbouwen in de BV laten werken. Hoe die verdeling er voor jou uitziet, hangt af van je salaris, je winst, je leeftijd en wat je later wilt kunnen doen.

Het salaris dat je kiest bepaalt je jaarruimte, dus die twee horen bij elkaar. Ik leg het salaris uit in mijn blog over DGA-salaris, en hoe je geld uit je BV haalt vind je in geld uit je BV halen. Ben je zzp'er zonder BV, lees dan zzp pensioen regelen.

Wil je weten hoeveel jaarruimte jij hebt en wat de drie routes in jouw situatie opleveren? Reken het na met mijn gratis rekentools, of plan een vrijblijvende kennismaking.

Dan kijken we samen naar je cijfers en zorgen we dat je later niet hoeft te hopen dat het goed komt.

Dit artikel is bedoeld als algemene informatie en niet als persoonlijk fiscaal advies. Bedragen en tarieven gelden voor 2026 en kunnen jaarlijks wijzigen.